ACV Brussel-Halle-Vilvoorde
21.04.2014
Goedemorgen
Home | Sitemap |FR
Terug | Lid worden | Contact
Help | Registreren
 
 
ACV Brussel-Halle-Vilvoorde  >  Sociaal overleg  >  Thema's  >  Welzijn  >  Arbeidsomstandigheden  >  Temperatuur
Printen | Delen
 
 

Temperatuur op het werk

Sinds 1 juli 2012 is er nieuwe wetgeving van kracht betreffende de thermische omgevingsfactoren. Deze vervangt de bepalingen uit het ARAB over wat de werkgever moet doen wanneer het te koud of te warm is om te werken. De belangrijkste boodschap is dat ondernemingen zich moeten voorbereiden op warmte of koude en niet mogen wachten tot de eerste hittegolf of vorstperiode. De werkgever is nu ook niet meer verplicht om warmte met ingewikkelde temperatuur te meten.

Te koud om te werken?

Te koud om te werken

Het koninklijk besluit van 4 juni 2012 over de thermische omgevingsfactoren bepaalt wat een werkgever moet doen wanneer het te koud (of te warm) is om te werken. Ondernemingen moeten vooraf een plan met maatregelen opstellen om werknemers te beschermen tegen de kou en mogen dus niet wachten op de eerste koudegolf. De leden van het Comité PB of de vakbondsafvaardiging spelen hierbij een centrale rol.

  • Download het artikel Te koud om te werken uit Vakbeweging 793(december 2013). 8 regels om te onthouden.

Wanneer is het te koud om te werken?

De actiewaarden voor blootstelling aan koude worden gemeten met een gewone thermometer en houden rekening met de fysieke werkbelasting:

Fysieke werkbelastingActiewaarde voor koude
Zeer licht werk18°C
Licht werk16°C
Halfzwaar werk14°C
Zwaar werk12°C
Zeer zwaar werk10°C
De actiewaarden voor zeer licht, licht en halfzwaar werk zijn iets lager dan wat vroeger in het ARAB stond. Ze werden aangepast aan de meest recente internationale normen. Deze waarden beschermen de gezondheid van de werknemers, maar garanderen geenszins een comfortabele werkplek. De werkbelasting is de energie die de werknemer per seconde moet leveren (Watt). Om je een idee te geven van wat dit in de praktijk betekent, volgen hierna enkele voorbeelden.
  • zeer licht werk (minder dan 117 Watt): zitten of staan in rust.
  • licht werk (117-234 Watt): secretariaatswerk, zittend werk met kleine
  • werktuigen, inspectie, lichte assemblage, besturen van een wagen, boren, lichtjes polijsten van kleine stukken, occasioneel en traag stappen, …;
  • halfzwaar werk (235-360 Watt): gestadig werken met armen en handen (timmeren, vijzen,...), besturen van voertuigen, tractoren, vrachtwagens,…, occasioneel behandelen van middelmatig zware voorwerpen, sneller stappen (3,5 tot 5,5 km/h), …;
  • zwaar werk (361-468 Watt): intense arbeid met de armen en met de romp, behandelen van zware voorwerpen van bouwmaterialen, spitten, zagen met de hand, schaven, snel stappen (5,5 tot 7 km/u), wagentjes en kruiwagens duwen en trekken, …;
  • zeer zwaar werk (meer dan 468 Watt): zeer intense en snelle arbeid, zwaar spitten, graven, beklimmen van ladders of trappen, zeer snel stappen, looppas (>7km/u), …


De werkgever moet op basis van een risicoanalyse maatregelen nemen om een overschrijding van wettelijke actiewaarden voor koude – vroeger minimumtemperaturen genoemd – te voorkomen (zie ook kaderstuk). Wanneer zo’n overschrijding niet uit te sluiten valt, moet er in de onderneming een programma van technische en organisatorische maatregelen klaarliggen dat onmiddellijk wordt toegepast wanneer de temperatuur effectief lager is dan de actiewaarde.

Het Comité PB moet zijn advies geven over dit programma. Het programma wordt als bijlage bij het globaal preventieplan opgenomen. Dit wordt dus een belangrijk werkpunt voor het Comité PB. De bedoeling is om op voorhand in te schatten op welke werkposten en in welke omstandigheden het te koud zal zijn om te werken en de nodige maatregelen voor te bereiden. Zet dit onderwerp dus nu op de agenda van het Comité PB en stel de werkgever minstens volgende vragen:

  • op welke plaatsen in de onderneming dreigt het tijdens de winter te koud te worden? Welke werknemers werken in de open lucht?;
  • hoe heeft de werkgever de risicoanalyse uitgevoerd? Vraag ook een exemplaar van het resultaat van deze analyse;
  • welke maatregelen werden gepland en vanaf wanneer worden ze uitgevoerd?
In ondernemingen waar steeds in koude omstandigheden wordt gewerkt (bijv. in koel- en vriesruimten) is deze wetgeving ook van kracht, maar zouden al afspraken moeten bestaan over zulke maatregelen. Toch kan het in een aantal gevallen nodig zijn om het opnieuw te agenderen.
Preventiemaatregelen

Bij het opstellen van het programma van technische en organisatorische maatregelen, moet de werkgever aan verschillende soorten maatregelen denken:

  1. technische maatregelen die inspelen op de temperatuur van de omgevingslucht, de luchtvochtigheid, of de luchtstroomsnelheid: hoe vochtiger en hoe meer tocht of wind, hoe meer de kou zich laat gevoelen;
  2. het verlagen van de fysieke werkbelasting;
  3. alternatieve werkmethodes die de noodzaak van blootstelling aan de kou verminderen;
  4. de beperking van de duur en intensiteit van de blootstelling;
  5. het aanpassen van de werkroosters of de arbeidsorganisatie. Indien gekozen wordt voor de afwisseling van werk- en rusttijden dan moeten de rusttijden worden vastgesteld na advies van de preventieadviseur arbeidsgeneesheer en na het voorafgaand akkoord van de werknemersvertegenwoordigers in het Comité PB. Indien er geen Comité PB bestaat moet het voorafgaand akkoord van de vakbondsafvaardiging worden gevraagd. Hierover kunnen ook algemeen verbindend verklaarde cao’s worden afgesloten;
  6. het verschaffen van kledij die de werknemers beschermt tegen de kou;
  7. het zonder kosten voor de werknemer ter beschikking stellen van warme dranken.

De maatregelen die vroeger in het ARAB stonden, moeten in ieder geval als minimum worden toegepast in de gegeven omstandigheden. Bij overmatige koude van technologische oorsprong (koelinstallaties,…) moeten aangepaste werkkledij en persoonlijke beschermingsmiddelen worden ter beschikking gesteld van de werknemers, moet de luchtstroomsnelheid worden beperkt, moet de werkkledij tijdig worden gedroogd en moeten warme dranken ter beschikking worden gesteld. De preventieadviseur arbeidsgeneesheer kan oordelen dat rusttijden noodzakelijk zijn.

Bij overmatige koude van klimatologische oorsprong (winterperiode) moet de werkgever tussen 1 november en 31 maart in open werklokalen en arbeidsplaatsen in open lucht verwarmingstoestellen voorzien, die in werking worden gesteld bij temperaturen beneden de 5°C. De verwarmingstoestellen mogen ook op andere plaatsen (lokalen, voorlopige constructies, voertuigen, …) worden opgesteld indien de werknemersvertegenwoordigers van het Comité PB of, bij ontbreken hiervan, de vakbondsafvaardiging hiermee akkoord gaan.

Het blijft verboden om in de detailverkoop bij temperaturen die lager zijn dan 5°C werknemers buiten, in de buurt van de winkel, tewerk te stellen aan toonbanken of winkelbanken. Bij temperaturen beneden de 10°C (en dus boven de 5°C) zijn volgende maatregelen van toepassing: voorzien van verwarmingstoestellen tenzij de werknemers zich zo dikwijls als nodig kunnen gaan verwarmen en voorzien van een vloer en bescherming tegen weer en wind. Dit werk mag bij minder dan 10°C niet gebeuren vóór 8 uur ’s morgens en na 19 uur ’s avonds. Na twee uur is een onderbreking van minstens één uur verplicht en in totaal mag niet meer dan vier uur per dag op die manier worden gewerkt.

Comfort en gezondheidstoezicht

De actiewaarden zijn bedoeld om de gezondheid van werknemers te beschermen. Ze zeggen niets over het comfort op het werk. Wanneer je bij 14°C aan een machine werkt of bij 16°C bureauwerk doet, kan je bezwaarlijk zeggen dat het comfortabel en prettig werken is. Daarom voorziet de nieuw wetgeving voor het eerst dat de werkgever ook moet zorgen voor een comfortabele werkplek, zelfs al is het niet kouder dan de actiewaarden. De preventiemaatregelen moeten rekening houden met de gangbare voorschriften en gebruiken inzake comfort op de arbeidsplaats. Dit kan een nieuw syndicaal actieterrein worden. Heel veel klachten die we tijdens koude periodes ontvangen, zijn comfortklachten eerder dan klachten over gezondheidsschade.

De regels voor het gezondheidstoezicht als gevolg van een blootstelling aan koude worden strenger en ruimer. Twee soorten gezondheidstoezicht zijn verplicht:

  • een onderzoek voorafgaand aan de tewerkstelling en vervolgens jaarlijks van werknemers die door hun normale dagtaak worden blootgesteld aan koude beneden de 8°C (bijv. werken in koel- of vriesruimtes);
  • een passend gezondheidstoezicht van alle werknemers die gewoonlijk buiten tewerkgesteld worden. De frequentie van dit onderzoek werd niet vastgelegd.
Uiteraard moeten werknemers ook geïnformeerd worden en een opleiding krijgen over de resultaten van de risicoanalyse, de actiewaarden, de preventiemaatregelen, het gezondheidstoezicht, enz.

Te warm om te werken?

Sinds 1 juli 2012 is er nieuwe wetgeving van kracht betreffende de thermische omgevingsfactoren. Deze vervangt de bepalingen uit het ARAB over wat de werkgever moet doen wanneer het te koud of te warm is om te werken. De belangrijkste boodschap is dat ondernemingen zich moeten voorbereiden op warmte of koude en niet mogen wachten tot de eerste hittegolf of vorstperiode. De werkgever is nu ook niet meer verplicht om warmte met ingewikkelde temperatuur te meten.

De werkgever moet op basis van een risicoanalyse maatregelen nemen om een overschrijding van wettelijke actiewaarden, vroeger maximumtemperaturen genoemd, te voorkomen (zie ook kaderstuk). Wanneer zo’n overschrijding niet uit te sluiten is, moet er in de onderneming een programma van technische en organisatorische maatregelen klaarliggen dat onmiddellijk toegepast wordt wanneer de actiewaarden ook effectief overschreden worden.

Het Comité PB moet zijn advies geven over dit programma. Het programma wordt opgenomen als bijlage bij het globaal preventieplan. Dit wordt dus een belangrijk werkpunt voor het Comité PB. De bedoeling is om op voorhand in te schatten op welke werkposten en in welke omstandigheden het te warm zal zijn om te werken. Vooraleer het te warm wordt, maak je dus met het Comité PB – of met de vakbondsafvaardiging als er geen comité is – duidelijke afspraken over:

  • hoe je meet of het te warm is: kies best voor een methode die een snelle meting toelaat. De nattebolthermometer waarvoor meestal een externe deskundige moet worden ingeschakeld, is niet meer verplicht (zie kaderstuk: ‘Wanneer is het te warm om te werken?’);
  • welk werk wordt ingedeeld als licht werk, half zwaar werk, zwaar werk en zeer zwaar werk;
  • welke preventiemaatregelen vanaf wanneer worden georganiseerd (zie hierna).

Preventiemaatregelen

Bij het opstellen van het programma van technische en organisatorische maatregelen, moet de werkgever aan verschillende soorten van maatregelen denken:

  1. technische maatregelen die inspelen op de temperatuur van de omgevingslucht, de luchtvochtigheid, de thermische straling of de luchtstroomsnelheid;
  2. het verlagen van de fysieke werkbelasting;
  3. alternatieve werkmethoden;
  4. de beperking van de duur en intensiteit van de blootstelling;
  5. het aanpassen van de werkroosters of de arbeidsorganisatie (afwisseling van werktijden en rusttijden: zie kaderstuk);
  6. het verschaffen van beschermingskledij;
  7. het zonder kosten voor de werknemer (!) ter beschikking stellen van verfrissende dranken.

De maatregelen die vroeger in het ARAB stonden, moeten in ieder geval verplicht worden toegepast in de gegeven omstandigheden. Voor warmte van technologische oorsprong (ovens, machines, …) voorziet de werkgever ventilatie of een afzuiging (van de warme lucht), wanneer in gesloten werklokalen de actiewaarde wordt overschreden op de werkpost met de zwaarste last. Bij stralingswarmte (ovens) zijn schermen, reflectorische kledij of kledij met een ingebouwd koelsysteem verplicht. Indien bovenstaande maatregelen onvoldoende zijn, moet worden voorzien in een afwisseling van rust- en werktijden. In ieder geval zorgt de werkgever voor verfrissende dranken.

Bij warmte van klimatologische oorsprong (vooral in de zomer) installeert de werkgever binnen de 48 uur na overschrijding van de actiewaarden kunstmatige verluchting. Indien na 48 uur de overschrijding voortduurt, moeten afwisselende werk- en rusttijden worden ingevoerd. Verfrissende dranken zijn ook hier verplicht. Wanneer werknemers rechtstreeks worden blootgesteld aan de zon, zorgt de werkgever voor collectieve of persoonlijke beschermingsmiddelen.

Comfort en gezondheidstoezicht

Nieuw is dat de werkgever nu ook moet zorgen voor een comfortabele werkplek, zelfs al worden de actiewaarden niet overschreden. De preventiemaatregelen moeten rekening houden met de gangbare voorschriften en gebruiken inzake comfort op de arbeidsplaats. Dit kan een nieuw syndicaal actieterrein worden. Heel veel klachten die we tijdens warme periodes ontvangen zijn comfortklachten eerder dan klachten over gezondheidsschade of werkelijke overschrijdingen van de actiewaarden.
De regels voor het gezondheidstoezicht als gevolg van een blootstelling aan warmte worden strenger en ruimer. Twee soorten gezondheidstoezicht zijn verplicht:

  • een onderzoek vooraf aan de tewerkstelling en vervolgens jaarlijks van werknemers die door hun normale dagtaak worden blootgesteld aan warmte boven de actiewaarden;
  • een passend gezondheidstoezicht van alle werknemers die gewoonlijk buiten tewerkgesteld worden. De frequentie van dit onderzoek werd niet vastgelegd.

Uiteraard moeten werknemers ook geïnformeerd worden en een opleiding krijgen over de resultaten van de risicoanalyse, de actiewaarden, de preventiemaatregelen, het gezondheidstoezicht, enz.

Wanneer is het te warm om te werken?
De actiewaarden voor blootstelling aan warmte worden bepaald via een WBGT-index1 en houden rekening met de fysieke werkbelasting2:

Fysieke werkbelasting2Maximale WBGT-index
Licht of zeer licht29
Halfzwaar26
Zwaar22
Zeer zwaar18

1 De WBGT-index is geen ‘gewone’ temperatuur, maar een waarde die rekening houdt met alle factoren van een warmtebelasting: luchttemperatuur, vochtigheid, stralingswarmte, … Deze waarde is bijna altijd lager dan de temperatuur gemeten met een gewone thermometer. Een gewone thermometer kan dus niet worden gebruikt. Hiervoor heb je speciale meetapparatuur nodig die meestal niet aanwezig is in de onderneming. Er bestaan echter ook eenvoudigere meet- en berekeningsmethodes waarvoor een externe deskundigheid niet noodzakelijk is. Deze mogen nu ook gebruikt worden. Het KB zegt hierover dat de meet- en berekeningsmethode(s) worden vastgelegd na advies van de arbeidsgeneesheer én na akkoord van het Comité PB. Indien er in het Comité PB geen akkoord bereikt wordt, dan moet de werkgever één van de methodes op de website van de overheid kiezen (www.werk.belgie.be). Tot nu toe staan die eenvoudige methodes wel nog niet op de website van de overheid.

2 De werkbelasting is de energie die de werknemer per seconde moet leveren (Watt). Om je een idee te geven van wat dit in de praktijk betekent, volgen hierna enkele voorbeelden:

  • zeer licht werk (minder dan 117 Watt): zitten of staan in rust;
  • licht werk (117 - 234 Watt) : secretariaatswerk, zittend werk met kleine werktuigen, inspectie, lichte assemblage, besturen van een wagen, boren, lichtjes polijsten van kleine stukken, occasioneel en traag stappen, …;
  • halfzwaar werk (235 - 360 Watt): gestadig werken met armen en handen (timmeren, vijzen,...), besturen van voertuigen, tractoren, vrachtwagens,…, occasioneel behandelen van middelmatig zware voorwerpen, sneller stappen (3,5 tot 5,5 km/u), …;
  • zwaar werk (361 - 468 Watt): intense arbeid met de armen en met de romp, behandelen van zware voorwerpen van bouwmaterialen, spitten, zagen met de hand, schaven, snel stappen (5,5 tot 7 km/u), wagentjes en kruiwagens duwen en trekken, …;
  • zeer zwaar werk (meer dan 468 Watt): zeer intense en snelle arbeid, zwaar spitten, graven, beklimmen van ladders of trappen, zeer snel stappen, looppas (>7km/u), …

Afwisseling van rust- en werktijden
Af en toe verpozen in gekoelde ruimtes is één van de mogelijke maatregelen om de risico’s van een blootstelling warmte te beperken. Deze maatregel moet niet in alle gevallen worden toegepast. Ook de andere maatregelen uit het programma van maatregelen kunnen de overschrijding van de actiewaarden voorkomen of terugdringen. Wanneer toch gekozen wordt voor het invoeren van een afwisseling van rust- en werktijden dan is dit aan specifieke regels gebonden. Het betreft hier een 4-trapsprocedure die de werkgever moet volgen om de rust- en werktijden vast te leggen:

  1. de werkgever kan ervoor kiezen om de in de wetgeving bepaalde ISO-normen toe te passen. Dit zijn complexe normen waarvoor de nodige (externe) expertise gevraagd wordt. In de praktijk worden deze zelden gebruikt;
  2. indien de werkgever deze normen niet wenst toe te passen (wat dus bijna steeds het geval is), moet hij over de rust- en werktijden het advies vragen van de arbeidsgeneesheer en moeten alle werknemersvertegenwoordigers in het Comité PB hun akkoord geven;
  3. indien de normen niet worden toegepast en een akkoord in het Comité PB niet mogelijk is, dan kan de werkgever de rust- en werktijden gebruiken die werden vastgelegd in een algemeen verbindend verklaarde cao van het paritair comité waartoe de werkgever behoort.
  4. indien de werkgever de normen niet wenst toe te passen en puntje 2 en 3 niet mogelijk zijn, dan past de werkgever de bepalingen van bijlage 1 van het KB toe. Dit is een tabel waarin concrete rust- en werktijden staan in functie van de werkbelasting en de WBGT-waarde.

EXTRA

Home  |  Sociale verkiezingen 2012  |  ACV-Brussel-Halle-Vilvoorde  |  Sociaal overleg  |  Sociale wetgeving  |  E-Services  |  Contact
Disclaimer

 

 
 
Zie ook:
Sociaal overleg
  Solventen
 
 
EXTRA